a short history of Dutch art education (2008)

Op verzoek van Al Hurwitz hebben Ben Schasfoort en ik een beknopt overzicht gemaakt van de geschiedenis van het beeldend onderwijs in Nederland. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat het in een internationaal overzicht gepubliceerd zou worden, maar door strubbelingen aan Amerikaanse kant is dat er nooit van gekomen.

Ben en ik vonden het zonde om er verder niks mee te doen en de tekst is toen op Wikipedia gezet.

Hoe het daar heeft gefunctioneerd is nooit bijgehouden.

 

a short history of Dutch art education (2008)

 

Tekenen, je kunt er op blijven zitten, je kunt er ook op staan (1979)

artikel over het ‘volwaardig meetellen van tekenen’ in het Maandblad voor beeldende vorming. Destijds een heet hangijzer bij tekenleraren: de problematiek van de status van ‘vakken achter de streep’.

mei 1979

(co-auteur Abel Veen)

download het artikel via: Tekenen… je kunt er op blijven zitten…..je kunt er ook op staan (1979)

cultureel erfgoed (SLO 2008)

Uit het voorwoord van deze SLO-publicatie:

“….De aanleiding

De plaats van Cultureel erfgoed in het curriculum van de beeldende vakken is onduidelijk en als gevolg daarvan in de praktijk onderontwikkeld. Aandacht besteden aan Cultureel erfgoed heeft binnen het onderwijs een weinig substantieel en zeer toevallig karakter. NVTO en VLBV wijten dat voor een deel aan het inhoudelijk complexe karakter van erfgoedprojecten: andere schoolvakken, met name uit het leergebied Mens en Maatschappij zijn er bij betrokken en achtergrondinformatie over de te behandelen onderwerpen heeft vaak een specifiek en specialistisch historisch karakter. Als beeldende vakken in projecten een rol spelen, dan gaat het meestal om een ondersteunende functie.

Daarnaast kan de verwaarloosbare plaats van Cultureel erfgoed te maken hebben met prioriteitsstelling als gevolg van het imago “er zijn belangrijker inhouden in het curriculum van de beeldende vakken”. Dat alles maakt het voor individuele docenten moeilijk en onaantrekkelijk tijd en energie te besteden aan het opzetten, uitvoeren en evalueren van lessen die de betekenis van Cultureel erfgoed voor het beeldend onderwijs tot zijn recht laat komen.

Deze publicatie bevat een omschrijving van die betekenis geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, gevolgd door handvatten voor zelf ontwikkelen en uitvoeren van lessen…..”

Bij de aanbieding van de laatste concept-versie van dit document, gemaakt op verzoek van de NVTO en VLBV, werden ernstige twijfels kenbaar gemaakt over de kwaliteit van sommige onderdelen. Ik was een van die critici en werd als gevolg daarvan betrokken bij een herredactieproces. De leiding hiervan lag bij Gerrit Dinsbach.

Cultureel erfgoed (SLO) webversie (2008)

Begrippenlijsten (1984, 1988 en 1990)

1984 cover Maandblad oktober 1984 begrippenlijstendeze cover van Beeldende Vorming 1844 nr 10 als herkenningspunt voor zoekenden naar de eerste ‘èchte’ Begrippenlijst, gemaakt na afronding van de Eindexamen Experimenten. De terugtredende coördinatie commissie (en het ministerie) was van mening dat de beroepsgroep dit zelf maar moest regelen. Bovendien was het geen enkele juridische pressie op de examenschrijvers om daadwerkelijk van de lijst gebruik te maken. Achteraf koudwatervrees. In de praktijk waren bijna alle CITO-betrokkenen lid van de verenigingen en maar al te blij dat er zo’n lijst was.

Ik was voorzitter van Werkgroep algemeen gedeelte en voerde de eindredactie

Later volgden er andere begrippenlijsten waar ik, in verschillende heftigheden, bij betrokken ben geweest

cover Beeldende Vorming 1988-5  5tofomschrijving KG-KB

In Beeldende Vorming 1988 nr 5 publiceerde de Commissie Dijkstra de stofomschrijving kunstgeschiedenis/kunstbeschouwing, bedoeld voor het VWO. Toen leefde nog de gedachte dat het VWO-examen terug zou grijpen tot ‘de Grieken’. Later werd dit achterhaald door de thematische opzet van het CE. Niettemin, een duidelijke prioriteitenlijst en als stofomschrijving een soort minimum-houvast voor docenten.

 

cover Beeldende Vorming 1988-12  Begrippenlijst

In december 1988 publiceerde een commissie onder voorzitterschap van Frits Arnold een herziene versie van de oude Begrippenlijst en twee jaar later, in 1990 dus, publiceerde de NVTO een vakspecifieke lijst voor tekenen (BT-lijst)

cover Begrippenlijst Tekenen NVTO (1990)

cover Maandblad januari 1993

In 1988 culmineerde onderlinge twistpunten tussen de Federatiegenoten AVDTEX, NVTO en VLBV in het uiteenvallen van die Federatie als samenwerkingsverband en uitgever van het gezamenlijke Maandblad voor de Beeldende Vorming. Wellicht ooit nog eens onderwerp voor een historisch onderzoek van een kunsteducatieve promovendus. (Tamsma zat als voorzitter van de NVTO en (eind) redacteur in het epicentrum van deze gebeurtenissen en heeft de dossiers nog compleet)

In het novembernummer van 1988 nam Herma Meere (voorzitster van de FBVO) niet zonder weemoed afscheid van een tijdperk van samenwerking. Vanaf de jaargang 1989 waren er twee bladen: het Maandblad voor de beeldende vakken en Kunstzone.

NVTO en AVDTEX gingen samen verder. Na wat jaren onwennig geploeter verschenen er in januari 1993 weer gekleurde blosjes op de wangen van het Maandblad. De cover van het januari-nummer vertoonde een kindertekening van zoon Mark. Hier opgevoerd als teken van deze renaissance en mijn betrokkenheid bij dit proces. Vanaf mijn eerste publicaties in 1971 heeft het Maandblad, in hoedanigheden van auteur, redacteur en bestuurder een belangrijke plek in mijn professioneel (maar daardoor ook gezins-) leven gehad.

Overigens: in 2008 hield het Maandblad, na 124 jaar, op te bestaan en voegde zich bij Kunstzone

1993 cover Maandblad januari 1993

Zijlstraat 96

zijlstraat 96

 

De Orde van den Prince is een eerbiedwaardig Vlaams/Nederlands genootschap dat zich bezighoudt met de Nederlandse taal en cultuur. http://www.ovdp.net.

De Nieuwsbrief bevat publicaties van hoog niveau over historische en/of taalkundige zaken, soms in breder cultureel verband. Er is ook een digitale Nieuwsbrief  ( http://mailer.100hertz.com/link.php?M=217344&N=1084&L=1055&F=H ). Het genootschap organiseert Gewestelijke en Algemene Ledendagen.

Uiterst serieuze verhandelingen zoals bijvoorbeeld over ‘werkwoordelijke vervoegingen in het streekdialect in de tweede helft van de 14e eeuw in Zuidwest Twente’ staan voor de academische kwaliteit van de auteurs. Mijn respect en bewondering voor de verhandelingen lopen synchroon, maar iets van relativiteit der dingen drong zich toch aan mij op. Gevolg: een bericht over het enige echte epicentrum van het dilalectloze Nederlands (Haarlem, en meer specifiek Zijlstraat 96) en de onderzoek-systematiek van het Dialectisch Instituut Haarlem. Dit brengt op postcode tweejaarlijks de afwijkingen in kaart ten opzichte van de Haarlemse nulmeting. (PrincEnzine jaargang 8/nr 10, december 2013)

Zijlstraat 96