Over Bachelors en Masters (4) (2013)

Na het publiceren van het derde artikel in de BaMa-reeks (januari 2009) besteedde de NVTO veel tijd aan brieven aan opleidingen, de NVAO en contacten met de Tweede-Kamer-commissie voor OCW. Teleurstellend was later dat de Verkenningscommissie (een commissie die gevraagd was advies uit te brengen over de opzet van de examens in de kunstvakken) zich ook niet heeft willen uitspreken over de wenselijkheid van een Masterdocent.

Er ontstond een soort pat-stelling. Niemand van de direct betrokkenen leek zich te willen branden aan de Master-materie. Opleidingen koesterden hun Mastervarianten, een soort aanvullende bekwaamheids-cursussen. Bij het VONKC-bestuur constateerde ik een berusting dat deze kwestie niet met nog meer brieven zou worden opgelost.

In 2012 diende zich echter een spannende herstart van de discussie aan. De tweede generatie opleidingsprofielen kwamen er aan en die behoefden een validering. Daar was VONKC voor nodig. De kennisbasis en hernieuwede opleidingsprofielen werden aangeboden, maar binnen de context van (alweer) een ongegradeerde Bachelor. Niks Master. En dit zonder enig (beloofd) consultatief overleg met de beroepsgroep.

In het BaMa-dossier (elders op deze webplek) geef ik inzage in een aantal cruciale documenten ter zake.

Hier volsta ik met het vierde artikel in de BaMa-reeks dat een overzicht geeft van het traject tot mei 2013

Over Bachelors en Masters (4)

 

 

 

 

de euthanasie op het VONKC-leerplan

brief aan het VONKC-bestuur dd. 4 maart 2016

Geacht bestuur,

2016 zou het jaar zijn dat het document geëvalueerd zou worden en ik constateer dat het VONKC-bestuur, na de Pabo-dag van maart 2014, geen inspanningen meer heeft gedaan om het (‘taakstellende’!) Leerplan in het werkveld te implementeren.
Mijn visie op het gebrek aan actie heb ik in onderstaande tekst weergegeven.
Ook voor dit punt zou ik op de Ledenvergadering graag het woord krijgen. Vijf minuten lijken genoeg. Het agendapunt heet “de euthanasie op het Leerplan; visie van Tamsma”
De invulling ervan zal mede afhankelijk zijn van jullie reactie op onderstaande.

Ik nodig het bestuur van harte uit mijn feiten/verwijten te ontkrachten of te nuanceren. Ik ga niet graag op mijn neus met hele of halve onwaarheden.

Met collegiale groet,

Maarten

 

Tussen het publiceren van ons Leerplan (maart 2012) en nu liggen vier jaren en drie ledenvergaderingen. Elke Ledenvergadering heb ik vragen gesteld over de voortgang van de bestuurlijke begeleiding van het vervolgtraject. De documentatie daarvan is inmiddels versnipperd over drie vergaderverslagen, notities van de winterbijeenkomsten niet eens meegerekend.

14 december merkte ik dat nieuwe bestuurders niet begrepen waar het allemaal over ging.
Ik heb behoefte om alles nog even historisch op een rijtje te zetten, ter ondersteuning van mijn conclusie dat het VONKC-bestuur al in een vroeg stadium een soort euthanasie-proces van het Leerplan in gang gezet heeft en het document inmiddels klinisch dood verklaard kan worden. Dit terwijl binnenkort (na 4 jaar) een eventuele evaluatie/herziening van de tekst in gang gezet zou worden.

Ik ben van plan deze notitie, na verwerking van jullie commentaar, tot een artikel om te smeden en in ieder geval de denktankleden laten weten wat er met hun geesteskind is gebeurd. Zij hebben daar recht op, verwachtend dat er in het jaar van de beloofde evaluatie “iets” met hun geesteskind gaat gebeuren.

Overzicht Leerplan

voortraject
In 2006 namen Frits Arnold en ik het initiatief tot het oprichten van een gezamenlijke  ‘visietekst-club’ van VLBV en NVTO, die tot dat moment in zekere onmin tegenover elkaar opereerden. Opdracht: maak op één A4-tje een toegankelijke tekst over het belang van de beeldende vakken.
Na een aantal sessies heeft dat geresulteerd in een visietekst, gepubliceerd in beide tijdschriften in februari 2007.

Dit gezamenlijk optreden smaakte naar meer en vormde de basis van een besluit om een denktank op te richten die, met wisselende opdrachten en samenstelling, advies zou kunnen geven over zaken die het belang van de positie van onze vakken zouden kunnen ondersteunen.
In februari 2008 is zo’n eerste (later, zo bleek, ook laatste) denktank gestart met als opdracht een taakstellend Leerplan voor de beeldende vakken te maken voor het gehele gebied van het funderend onderwijs (4 tot 14 jaar)

bezetting en reikwijdte
Na een adviesronde met Folkert Haanstra en Diederik Schönau is in vier jaar tijd met drie successievelijke teams gewerkt. Ze worden genoemd in de introductie van het Leerplan. De algehele coördinatie tijdens het gehele proces lag bij Els Otten-Oomen (vice-voorzitter) en ondergetekende (voorzitter).

Er is uitdrukkelijk nooit over auteursrechten gesproken. Trein- en lunchkosten werden door VONKC vergoed, plus incidentele kopie-kosten. Verder niets.
Het grote voorbeeld was het NVTO-Leerplan van Jan Alterra (1950), dat na publicatie (via de literatuurlijsten voor de MO-A en B-staatsexamens decennia grote invloed heeft gehad op het gezicht van de beeldende vakken.)
Hoe mooi zou het zijn als het VONKC-Leerplan iets dergelijks teweeg zou brengen, vooral binnen het sterk gedevalueerde beeldende onderwijs in de Pabo-sector.

publicatie, website en reacties
In maart 2012 was de klus geklaard. Een begrippenlijst werd aangehaakt. Het VONKC-bestuur vond het prematuur om ook canon een toe te voegen, hoewel een blauwdruk daarvoor klaar lag.
Het Leerplan werd gedrukt en verspreid onder alle VONKC-leden en een keur van andere belanghebbenden. Elke opleiding (ook de Pabo’s) kreeg er twee. In de praktijk bleven die exemplaren in postvakjes van directies liggen. Veel vakdocenten of vakdidactici bleken nooit te hebben gekregen.

In Kunstzone 2012 nr. 7/8 (blz. 34/35) kreeg ik de gelegenheid het Leerplan te introduceren (‘de tien Eefjes’). Op de website van VONKC werd de forumplek die het redactieproces had begeleid heringericht voor reacties van aanstaande gebruikers. Ontwerp Elmar. Yvonne zou dit beheren en commentaar naar de denktank doorsturen. Daar is geen (= nul) gebruik van gemaakt. Ik heb in ieder geval nooit iets doorgespeeld gekregen. Suggesties van mijn kant om dit te activeren zijn niet opgepakt.

De enige zinnige reacties die mij bereikten kwamen markant genoeg uit Vlaamse hoek. Conferenties rond Cultuur in de Spiegel leverden belangstelling op voor ons Leerplan en wat slimme op- en aanmerkingen.
Ik heb die voor mezelf gehouden, omdat VONKC-beheer een weinig stimulerend en productief effect bleek te hebben. Ze zijn uiteraard in een serieus evaluatieproces beschikbaar.

Pabodag (5 maart 2014)
Mede op mijn aandringen werd er een Pabostudiedag georganiseerd, immers het onderwijssegment dat het meest met het ‘taakstellende’ karakter van het Leerplan te maken zou krijgen èn de meeste behoefte zou moeten hebben aan de kadering van de vak-inhoud.
Bij de organisatie ervan heb ik meerdere malen adviezen aangereikt, die geen van allen zijn gehonoreerd. De denktankers hadden tevoren kenbaar gemaakt als luisteraars aanwezig te zullen zijn. Achteraf wat onhandig want er werd een hoop onzin gedebiteerd waar dus ter plekke geen weerwoord op mogelijk was.
Verder waren er procedureel een drietal onhandigheden:
Frits Wielders (een goede vriend van mij) was een aimabele en enthousiasmerende dagvoorzitter, maar heeft van begin af aan de taakstellende bedoeling van het leerplan gerelativeerd. Er waren nog zoveel anderen. Denk aan Cultuur in de Spiegel dat net de nodige aandacht vroeg en TULE van de SLO.

Ontwikkelingspsycholoog Breeuwsma gaf bij de aanvang van zijn bijdrage al aan niks met de kunstvakken te hebben en devalueerde zijn betoog tot een zeer elementair niveau (Comenius enzo) dat niet zou misstaan in een introductiecollege voor eerstejaars van een docentenopleiding BK&V.

Diederik Schönau, ook een goede maat, kreeg kans zijn gekwalificeerde stokpaardje evaluaties te berijden, maar dat was nu net dat onderdeel waar de denktank zich (gemotiveerd) van gedistantieerd had. Dus easy om te scoren, maar niet als commentaar op het Leerplan zelf.

De middagdiscussie (althans in mijn groep) was tenenkrommend. Ik was echter gedoemd te zwijgen.

Ik heb het VONKC-bestuur na afloop een lijstje met observaties en adviezen voor het vervolgtraject gestuurd. Ik ga die nu niet als bijlage toevoegen. Is in jullie bezit.

Twee belangrijke punten daaruit:

  1. Nodig de critici uit hun opmerkingen op het forum te zetten, dan kan de denktank tenminste reageren
  2. Organiseer ook een sessie voor de VO-opleidingen. Ik leverde daarvoor ook een email-bestand van vakdidactici aan.

Geen reactie.

artikel Pabodag Kunstzone

Juli 2013 kwam er een verslag van Liesbeth Kleuver in Kunstzone. ‘Is Eefje schoolrijp? ‘

Weinig positiefs met als conclusie “nee….. www.jufsanne.com was effectiever.”
Geen gelegenheid om daar een commentaar op te schrijven. Dit is bij mijn weten de laatste verwijzing in Kunstzone geweest naar het VONKC-leerplan.

aanpassingen
Vanaf dat moment lijken er zich, buiten het zicht van de denktank, herredactie-initiatieven te ontwikkelen. Rijk Willemse (bekwaam taal-communicator) lijkt te zijn gevraagd, later is er sprake van een Leerplan light. (Hoorde ik via Elmar)

Rijk had al een rol gespeeld bij de onze finale versie. Deed wat nuttige suggesties, maar ook amendementen die vak-essenties van ons Leerplan op een verkeerd been zette. Die suggesties hebben de eindversie niet gehaald.
Ik waarschuwde het VONKC-bestuur voor die bijwerking bij een eventuele herredactie en adviseerde op zijn minst kennishebbenden (oud-denktankers?) te laten meekijken.
De Leerplan-light-exercitie leek vervolgens een vroege dood te zijn gestorven, al of niet vanwege de lopende onderhandelingen met het Fons Cultuurparticipatie. (Hierna FCP)

FCP
Er lijkt geld te worden geroken via het Fons voor Cultuurparticipatie (FCP)
Een begroting van € 122.170.- wordt opgetuigd. (Met € 60.- vacatie per uur worden de andere kunstdisciplines enthousiast gemaakt om te participeren.)
De vakinhoud van het VONKC-leerplan wordt geofferd.

het leerplan in de eigen VONKC beleidsvoornemens

 vergaderstuk 17 november 2014

“VONKC in 2015:”
“Lesplan kunstvakken Primair Onderwijs…
In samenwerking met de drie andere kunstvakverenigingen willen we een lesplan ontwikkelen voor de kunstvakken in het PO. Wij hebben natuurlijk al ons eigen leerplan. Die uitgangspunten houden we vast….”
Subsidieverzoek FCP. Begroting € 122.170 …

Uit het betreffende subsidieverzoek:
“De SLO publiceerde recentelijk het leerplankader kunstzinnige oriëntatie. Dit is een beschrijving, op landelijk niveau (macro), voor de invulling en borging van het curriculum voor kunstzinnige oriëntatie in het PO….”
En bij uitgangspunten: geen woord over het VONKC-leerplan !!

Navrant genoeg wordt ‘mijn’ petekind ondergeschikt gemaakt aan de Cultuur in de Spiegel-erfenis. Samen met Evert Bisschop Boele en Diederik Schönau was ik de enige die ooit openbaar fulmineerde tegen de desastreuze gevolgen van CiS. Nu werd “ons leerplan” bij de SLO ter bewerking op tafel gelegd, en dus om zeep geholpen. Door het eigen VONKC-bestuur! De SLO’ers konden grinnikend hun gang gaan.

Gevoed door mijn netwerk-kennis heb ik het bestuur gewaarschuwd dat de kansen op welslagen via de FCP-route gering zouden zijn en zeker de helft van de financiële inspanningen voor eigen kosten zouden zijn. Genegeerd, maar achteraf realistisch gebleken..

vergaderstuk 14 december 2015
DIKO. Problemen met het subsidieverzoek en de projectvoortgang. Geen enkele verwijzing meer naar het eigen leerplan. Geheel verdampt.
Een printje van de voorpagina van het projectplan dat blijkbaar al bij het SBKV ligt maakte duidelijk dat het cirkelschema van het Leerplan is vervangen door iets geheel anders. De euthanasie op het VONKC Leerplan lijkt voltooid.
Ik schat in dat de werkgroep opnieuw is begonnen met de eigen-aardigheden van de kunstvakcluster als geheel, en dus die van BK&V opzij heeft gelegd of als afvink-schema heeft gebruikt voor de anderen.

Als, zoals diverse malen gevraagd, de andere kunstdisciplines eerst hun eigen Eefjes hadden gemaakt en vervolgens was gekeken welke een overlap vertonen met die van BK&V had je een serieus Klein Gemeen Veelvoud (KGV) gevonden. Essenties bij BK&V wegstrepen omdat muziek, dans en drama er niks mee kunnen is natuurlijk inhoudelijke suïcide. Er lijkt gekozen voor het Grootste Gemene Deler (GGD): wat hebben de kunstvakken gemeenschappelijk, met voorbijgaan aan essentiële eigen-aardigheden van elk van de disciplines apart? De CiS-aanpak.
Het werk van 12 gekwalificeerde BK&V deskundigen in een vierjarig redactieproces wordt in de DIKO-werkgroep om zeep geholpen. Althans, zo lijkt het.
In de financiële stukken voor 2016 zijn de denktank-reserveringen voor het vervolgtraject geheel verdwenen. Een indicatie dat er zelfs voor de beloofde evaluatie/actualisering in 2016 geen geld meer is weggezet.

onderzoek leerplannen Windesheim
Afgesloten met een goed bezocht symposium (> 300 docenten en andere PO-betrokkenen) op 9 april 2015 werd door het onderzoeksteam van Windesheim verslag gedaan van de voortgang van hun project inzake 21ste –-eeuwse vaardigheden cultuureducatie in het Nederlandse basisonderwijs.
Ik bezocht 4 sessies van docenten die hun onderzoek presenteerden. Nergens ook maar één verwijzing naar het VONKC-leerplan. Sterker nog, het was totaal onbekend en in de literatuurverwijzing van het project (met 80 voetnoten!) werd het leerplan niet eens genoemd. Projectleider lector Jeroen Lutters (ook lector van ArtEZ), nam verbaasd een exemplaar in ontvangst. Latere mails van mij waarom dit document over het hoofd was gezien werden eerst niet en vervolgens ontwijkend beantwoord. Opvallend dat Dick Kleingeld, voormalig collega studieleider, deskundig en ook functionerend in dit project (en wetend van ons Leerplan!) de omissie niet heeft opgemerkt.

Duidelijker bewijs dat de PR van VONKC inzake het eigen leerplan alles te wensen over heeft gelaten is er niet!

* D21: Literatuurstudie; onderzoek naar 21ste -eeuwse vaardigheden cultuureducatie in het Nederlandse basisonderwijs

 

verzoek aan het bestuur
Als gesteld in de inleiding van deze tekst: laat me weten wat in jullie visie niet deugt aan dit betoog. Ik stel mijn beschuldigingen graag bij, maar voel me als voorzitter van de voormalige Denktank verplicht procedureel het overlijden van het leerplan te markeren en kenbaar te maken aan de collega’s die er vier jaar aan gewerkt hebben.

In afwachting daarvan,

Met collegiale groet,

Maarten

 

(Hierna volgde nog een bijlage: een eerdere brief aan het bestuur over dezelfde materie dd. 23 november 2014)

zeven minuten Tamsma

tekst bij het aangevraagde agendapunt ‘Leerplan-conclusie’, agendapunt 12 van de ledenvergadering van 9 mei 2016 (*)

De oorspronkelijke titel van mijn agendapunt was: de euthanasie op het Leerplan.
Het bestuur heeft daar eigenmachtig: Leerplan-conclusie van gemaakt.
Ik vond dat amendement niet de moeite waard om een conflict over te beginnen.
De portee blijft hetzelfde:

Een verwijt aan het bestuur dat het na de Pabodag van maart 2014 niets meer heeft gedaan om het eigen Leerplan, met een taakstellende ambitie voor het funderende onderwijs, dus alle leerlingen tussen 4 en 14 jaar, in het werkveld uit te rollen.

In een brief van 4 maart verzocht ik het bestuur te reageren op mijn verwijten ter zake, zodat ik mijn oordeel kon nuanceren. Daarop is niet gereageerd. Twee maanden later constateer ik dus dat weerwoord was uitgebleven en mijn verwijten terecht geacht mogen worden.

In het kort:
(Tamsma toont de betreffende documenten)

  • Jan Alterra: Leerplan voor het Tekenonderwijs op de lagere school (1950) Uitgegeven door de NVTO. Grote invloed op het gezicht van het Tekenen. Verplichte tekst bij de opleidingen
  • Waarom? …. Daarom! Terreinverkenning Beeldcultuur (NVTO, 2003)
  • Soortgelijke studie van de vakdidactiekcommissie van de VLBV
  • Frits Arnold en ik namen bij een borrel op een Jaarvergadering van de VLBV het initiatief voor een visietekstcommissie. Eerste samenwerking tussen NVTO en VLBV, die zich daarvoor jaren in zekere onmin tot elkaar verhielden.

Leerplan Altera

Deze visietekst werd de aanleiding voor het instellen van een denktank, die het bestuur gevraagd en ongevraagd advies zou kunnen geven over relevante/actuele zaken.
De denktank kreeg de opdracht van de toenmalige fusie-voorzitter om een leerplan te ontwerpen voor het funderende onderwijs in de beeldende vakken.
Naar het zich laat aanzien wordt het fenomeen denktank, na deze eerste exercitie opgeheven. Het is op de begroting voor 2016 geheel verdwenen. Merkwaardig omdat net dit jaar (4 jaar na publicatie) de beloofde evaluatie plaats zou moeten vinden.

Er is vier jaar in wisselende samenstelling met totaal 12 vakdeskundigen gewerkt.
Maart 2012 werd het stuk aangeboden met een begrippenlijst
Gedrukt en verspreid. Alle leden, elke opleiding (vooral ook de Pabo’s, ¾ van het leerplan betreft hun leerlingen) en een keur van experts kregen er een.
Aandacht in Kunstzone (ik schreef een artikel over de Tien Eefjes) en een paginagrote advertentie. Een discussieforum, dat tijdens het redactie-traject al functioneerde, werd her-ingericht voor een landelijke discussie. Het VONKC-bestuur zou dat in de gaten houden.

Tien dingen die Eefje kan en kent

Toen een tijdje niks.

Pabodag van maart 2014.
Bij de organisatie werden we niet betrokken (was wel aangeboden) Denktankleden zouden op eigen verzoek alleen als toehoorder aanwezig zijn.
Weinig deelnemers: een klein dozijn Pabo-vertegenwoordigers en de gebruikelijke symposium-gangers uit de facilitaire hoek.
Ontwikkelingspsycholoog Breeuwsma …
Diederik Schönau
4 werkgroepen. Ik zat naast een Pabo-docent die zijn leerplan niet eens open had gehad.
Krakende kritiek in Kunstzone (2013-04): ‘Eefje was nog lang niet schoolrijp’. Je had als PO-docent meer aan www.jufSanne.
Verzoek aan het VONKC-bestuur om de bezoekers van die dag uit te nodigen op het forum te reageren. Dan kon de Denktank de discussie oppakken. Niet gebeurd.

Een verzoek om een studiedag voor de VO-opleidingen te organiseren is ook niet gehonoreerd. Ik had zelfs de mailadressen van alle vakdidactici daarvoor aangeleverd.

Er was op een gegeven moment sprake van een Leerplan-light versie. Blijkbaar waren drie pagina’s voorbeeldlessen per leeftijdscategorie te ingewikkeld voor de gemiddelde Pabo-docent en moest er een vertaalslag op Jip en Janneke-niveau gemaakt worden. De denktank was daar niet bij betrokken. Dat plan is een zachte dood gestorven.
Ineens een plan om met de andere kunstvakken een aanvraag in te dienen bij het Fonds voor de Cultuurparticipatie. Muziek, dans en drama hadden tijdens onze ontwikkelfase nooit gereageerd op verzoeken zèlf een leerplan te maken. Dan hadden we onze eigen-aardigheden naast elkaar kunnen leggen.
Nu blijkbaar plots (geld??), wèl geïnteresseerd.

Ons leerplan werd geofferd aan een proces waar het nooit voor bedoeld was. SLO, in de denktank-fase nooit willen meewerken, blij. Ze kregen het hun onwelgevallige VONKC-product ter kneding zomaar in hun schoot geworpen. Bovendien in een project met een Cultuur in de Spiegel invulling. Wat wrang als je met Evert Bisschop Boele (muziek) en Diederik Schönau de enigen bent geweest die openlijk gefulmineerd heeft tegen het product van Van Heusden c.s. en nu je kindje op de ontleedtafel van het SLO terugziet.

Ik wist uit betrouwbare bronnen dat het in de voorgestelde vorm (ledenvergadering van november 2014) nooit iets zou worden met het FCP, maar daar kwam het VONKC-bestuur pas een jaar later ook achter. Nog steeds geen product, niets op de website, alleen een plaatje van een afwijkend cirkelschema en wat aanvullende tekst (*). De inhoud van het Leerplan lijkt geofferd, verdampt in een Grootste Gemene Deler. Weg eigen-aardigheden van Beeldende Kunst en Vormgeving.

Ik heb het VONKC-bestuur na de Pabodag op geen enkele poging kunnen betrappen hùn taakstellende ambities van ons werk waar te maken.
Treurig hoogtepunt was het uitgebreide en kostbare onderzoek van Windesheim naar 21ste -eeuwse vaardigheden in de cultuureducatie. Onderzoeksleider lector Jeroen Lutters nam verbaasd bij zijn eindpresentatie van mij een leerplan-exemplaar in ontvangst. In de literatuurlijst (met 80 verwijzingen) kwam het leerplan van de beroepsgroep niet eens voor !!
Zo heeft VONKC onze PR verzorgd.
Op mijn verzoek is het leerplan een jaar later in de finale versie als voetnoot genoemd. Niemand van het project (50 PO-docenten) heeft er iets mee gedaan. Ze kenden het bestaan niet eens.
In het laatste nummer van Kunstzone (16-03) twee artikelen over Masteropleidingen in relatie tot het PO. Geen enkele verwijzing naar het VONKC-leerplan, zelfs niet daar waar de leerlijnontwikkeling aan de orde is (blz. 10).
Wonderlijk dat een vehikel dat juist bedoeld was om de kwaliteit van het Pabo-onderwijs in Beeldende Kunst en Vormgeving te verbeteren onder het tapijt is geschoven.

conclusie:
Ik had dit agendapunt aangevraagd om de Ledenvergadering op de hoogte te stellen van het euthanasieproces dat het VONKC-bestuur met Leerplan heeft gepleegd. Ik deed dit als voorzitter van de denktank en hoofdredacteur van dit Leerplan.
In een brief van 4 maart 2016 heb ik mijn verwijten aan het bestuur kenbaar gemaakt met het verzoek hierop te reageren, opdat ik mijn standpunt kon nuanceren. Dat antwoord is nooit gekomen.

Ik concludeer nu dus dat het VONKC-bestuur sinds de Pabo-dag van maart 2014 niets meer heeft gedaan om het leerplan een kans te geven zijn taakstellende intenties voor het werkveld te ontplooien en in feite vanaf dat moment een euthanasie-traject in gang heeft gezet dat ook een evaluatie, per 2016 toegezegd, overbodig maakt.

Het leerplan kan dood worden verklaard en als document in het verenigings-archief en de geschiedenis van BK&V worden bijgezet.

 Ik zal de elf denktankleden van deze conclusie op de hoogte brengen

Jan Altera had het beter getroffen met zijn vakvereniging in 1950

Maarten Tamsma

 

(*) Het zou de VONKC-geschiedschrijving niet misstaan als deze tekst op de website bij het verslag van 9 mei is terug te vinden. In het verslag zelf had ik graag een concrete verwijzing naar mijn brief van 4 maart.

(**) In de toelichting tijdens het voorafgaande DIKO-agendapunt van deze vergadering werd toegezegd dat er binnenkort concrete dingen te zien zouden zijn.

 

 

commentaar op “Citroenen proeven” (2013)

“…….In het perikelvolle proces van de discussie rond de volledig bevoegde Bachelors van onze docentenopleidingen heeft een onderzoek plaatsgevonden over de startbekwaamheid van die docenten voor het VHO (De bovenbouw havo/vwo, het eerstegraads gebied) Dat onderzoek werd uitgevoerd door Edwin van Meerkerk en Sammy Frankenhuis (Radboud universiteit Nijmegen), in opdracht van de bestuurscommissie Kunstdocentenopleidingen (HBO-raad)

Aanleiding is de weeffout die de opleidingen in 2004 hebben laten ontstaan door de slag naar een volwaardige eerstegraads Masteropleiding te missen en daarvoor in de plaats een volledig bevoegde Bachelor in het leven te roepen. Deze opleidingscompetenties zijn nooit door het werkveld gevalideerd. Wie daar meer van wil weten moet mijn verslagen daarover nog maar eens nalezen.

Bij de herziening van de opleidingscompetenties (2012-2013) werd de problematiek weer actueel. De sterk verdeelde opleidingen besloten tot een extern onderzoek over de (on)wenselijkheid van een volledig bevoegde Bachelor. Ik vermoed om de interne discussie nog eens te voeren. Hopelijk niet om de minister te overtuigen dat we ook met een Bachelor kunnen volstaan; immers een devaluerend unicum in het Nederlands onderwijs, waar alle schoolvakken een Master vereisen voor de bovenbouw. De kunstvakken zijn blijkbaar wat makkelijker. (Mijn chronisch wrange conclusie in deze discussie)

De auteurs van het rapport zijn niet over één nacht ijs gegaan. Een indrukwekkend aantal betrokkenen is geïnterviewd, de conclusies zijn toegankelijk verantwoord. Er is integer en grondig werk verricht.

Tot zover mijn respect voor het stuk.

Nu de kritiek: …….”

(lees verder commentaar op ‘Citroenen proeven’ )

 

Spiegel, spiegel aan de wand (2011) (Cultuur in de spiegel – 1)

IMGP2510

 

Een eerste beschouwing over het project Cultuur in de spiegel (CiS) (Kunstzone september 2011) en de sluipende gevaren voor de kunsteducatieve sector bij verkeerd gebruik van de uitkomsten.

Spiegel, spiegel aan de wand (2011)

 

Een vervolg werd onder de titel ‘Met ingehouden adem’ in 2013 gepubliceerd ( Met ingehouden adem (2013) ) Mijn ongerustheid was niet afgenomen.

 

Met ingehouden adem (2013) (Cultuur in de spiegel – 2 )

 

Met ingehouden adem.

In afwachting van de resultaten van ‘Cultuur in de Spiegel’

 

(Kunstzone mei 2013)

“…..Wij, kunst/cultuur-docenten, zijn in gespannen afwachting van het eindproduct van Cultuur in de Spiegel. Kosten noch moeite zijn gespaard om een vervolg te geven aan Ann Bamfords conclusies over de Nederlandse kunsteducatie. Ingebed in een cognitief theoretisch kader van Barend van Heusden, voor de praktijk ingekleurd door de SLO en een keur van scholen, gevoed en geobserveerd door universitaire onderzoekers, voorzien van een ruime subsidie om dit alles mogelijk te maken.

Hoe veelbelovender kan iets zijn?

Toch…
Het project is niet scheutig geweest met initiatieven om critici de kans te geven een inhoudelijk debat aan te gaan. Potentieel commentaar verzandde in incidentele ‘vragen aan de spreker’ op massale informatiesessies of opmerkingen die in de FAQ werden gepareerd. Voordat de eindredactie zijn werk voltooit is een kritisch signaal misschien nog nuttig. Na de afsluitende publicatie van het project is het vermoedelijk te laat.

Ik ben een bezorgde toeschouwer van het project en wil de lezers van Kunstzone deelgenoot maken van mijn terughoudendheid.
Deze spitst zich toe op twee aspecten……”

Lees hier het volledige artikel: Met ingehouden adem (2013)

 

cultuureducatie in het basisonderwijs – dertien opmerkelijkheden (2012)

In juli 2012 overhandigden de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur hun gezamenlijk advies over Cultuureducatie (Leren, creëren, inspireren) aan staatssecretaris Zijlstra. Hij had hier in oktober 2011 om gevraagd. Doel: de treurige situatie van cultuureducatie, met name in het Basisonderwijs, te verbeteren. ( “…hoe scholen in het primair onderwijs ondersteund kunnen worden bij het verzorgen van kwalitatief goede cultuureducatie en hoe culturele instellingen in het verlengde daarvan kunnen komen tot een op de kerndoelen afgestemd aanbod voor scholen….”)

In oktober kwam er al een reactie van de (demissionaire) bewindslieden en werden mijn bevindingen deels door de actualiteit ingehaald. Overwegingen over wat de bewindspersonen met het advies zouden kunnen gaan doen konden worden ingeruild door de beleidsvoornemens uit het betreffende kamerstuk. Extra complicatie: de voornemens van het demissionaire duo Van Bijsterveldt/Zijlstra zijn binnenkort mogelijk weer achterhaald door herzieningen van het koppel Bussemaker/Dekker.

Naast complimenten voor de grondige wijze waarop het advies was gerealiseerd en onderbouwd was er ook reden voor kritische op- en aanmerkingen. Het zou jammer zijn als de lezers van Kunstzone dit gewichtige stuk niet mede in dit perspectief zouden kunnen zien.

Vooral de dingen die de raden niet aan de orde brachten.

Vandaar deze reactie.

Cultuureducatie in het Basisonderwijs – 13 opmerkelijkheden (2012)

 

Kijken naar kunst

 

Kijken naar Kunst

Start van wetenschappelijk onderzoek naar de Esthetische Kijk-tijd Coëfficiënt. 

Toespraak bij gelegenheid van de opening van de Blaricumse atelieroute

26 september 2014

 

 

Beste Blaricummers,

 

Een klein half jaar geleden vroeg Jan Min mij voor de eervolle klus om de tienjarige Blaricumse atelierroute te openen.
Ik maakte een opzet voor mijn inleiding.
Twee maanden geleden dreigde vakantieplannen akelig dicht bij deze datum te komen (gisteren ben ik teruggekeerd), maar, erger nog, belangrijke ontwikkelingen die de aard van mijn betoog ernstig zouden kunnen beïnvloeden, zouden zich net tijdens mijn afwezigheid kunnen aandienen.
En deden dat ook, zo bleek bij het openen van mijn mail gisteravond laat.
Van een gezellige opening van een kwalitatief hoogwaardig maar lokaal kunstzinnig gebeuren, wordt uw atelierroute een mondiaal manifest moment, zeg maar keerpunt,  in de wetenschappelijke weging van esthetisch genieten.
Ik zal dat later uiteraard uitleggen.

 

Mijn tekst behoefde amendering en kreeg daardoor een hybride karakter. Een deel ervan kon ik laten staan. Het schokkende nieuws diende echter ook zijn plek te krijgen en, als gevolg daarvan, moesten andere aandachtspunten verdwijnen.

Ik begin met de oorspronkelijke tekst en zal u aangeven waar de aangepast versie wordt ingevoegd.

Uit de oude tekst:

 

Titel: Kijken naar Kunst

Scan000c

“Ongeveer tien minuten” had Jan gezegd. Met 30 exposanten is dat 20 seconden per tentoonsteller; een schoffering voor betrokkenen en onbegonnen werk voor mij.
Dus besloot ik om het meer “algemeen” te houden, met wat losse brokjes over kijktijd, het taalloze karakter van beeldende kunst en uw lokale kunsteducatieve missie. Ze zouden later samenvallen tot een min of meer consistent verhaal, vanuit een wat afwijkend perspectief.

Dat ging dus nu anders.

De introducerende beelden die net langskwamen en de inleiding van Jan waren de opmaat naar mijn verhaal, dat overigens iets langer gaat duren dan die 10 minuten. Maar het vet onder de bitterballen kan aan blijven zonder kans op verkolen.

Wat hebben musici het toch makkelijk.
Stel je heet Gustav Mahler en je hebt een symfonie gemaakt. Alles wat je moet doen om de compositie onder de aandacht van het publiek te brengen is een orkest regelen dat het wil instuderen en uitvoeren en een zaal waar dat kan plaatsvinden. De logistiek laat je bij voorkeur aan anderen over.
En bij de première is je publiek gedwongen anderhalf uur stil te zitten en het aangebodene te savoureren. Mooi of niet mooi, weglopen is er niet bij.
Anderhalf uur aandacht voor jouw schepping.

Net als de theatermakers en de dansers krijgen de musici de factor aandacht-tijd zomaar in de schoot geworpen. De volgtijdelijkheid van de artistieke gebeurtenis dwingt hun publiek zolang te kijken/luisteren als de voorstelling duurt. De theoretische mogelijkheid om halverwege Mahler weglopen heeft een dusdanig  bruuskerend karakter dat ik dat even buiten beschouwing laat.

En wat stelt beeldende kunst daartegenover?
Als er een correlatie bestaat tussen de tijd dat iemand naar een schilderij kijkt en de ervaren beeldende kwaliteit ervan (en waarom zou die relatie er niet zijn?), is het mooiste kunstwerk van het Stedelijk Museum (in oude setting) de grote collage van Matisse de parkiet en de zeemeermin, vóór de verbouwing in de zaal direct links bovenaan de trap.

 

Toevalligerwijs stond de enige acceptabele zitgelegenheid van de bovenetage in dìe zaal, voor dàt schilderij. De uitrustplek bij uitstek voor afgepeigerde museumbezoekers.
Hoezeer kan een comfortabele bank de statistieken rond esthetische beleving beïnvloeden.

In de opmaat naar deze opening heb ik u laten kijken naar het werk van alle exposanten. Eerst elke afbeelding 20 seconden, toen een tweede cyclus van 7 seconden.
Hoeveel tijd hadden we nodig om het gevoel te krijgen dat we genoeg gezien hadden. 20 of 7 seconden?

Hoeveel tijd neemt de gemiddelde beschouwer om de Nachtwacht te bekijken?  D.w.z  zonder de uitleg van een ingehuurde gids die hem dwingt die spreektijd al kijkend voor het schilderij vol te maken.
We hebben het dan toch over het topstuk van het museum waarvoor menig toerist speciaal het museum bezoekt.

 

Een Mona Lisa-effect:  zo van …. dit is beroemd dus zal het wel mooi gevonden moeten worden?

Scan000b

Ik kon daarom niet nalaten om deze aardige observatie vanuit Mona zelf, met zicht op haar bewonderaars, als een ankerpunt van mijn verhaal aan te bieden. Bij mijn weten is dit de enige getuigenis van de factor aandacht voor kunst …. vanuit het kunstwerk zelf.

Een spannende observatie… vraag na afloop van dit weekend tijdens een intiem moment met uw eigen werk eens hoe het de aandacht voor de eigen picturale kwaliteiten heeft ervaren. Wel doen natuurlijk voordat alle kopers uw werk hebben meegenomen en zo’n interview daardoor verder onmogelijk wordt.

Beeld werkt niet volgtijdelijk. Het krijgt zelden een tweede kans om een eerste indruk te maken. En dat terwijl dat wèl de bedoeling is, zeker van de maker. Of misschien moet ik zeggen een eerste kans om een tweede indruk te maken, een eerste kans om een derde, een vierde…..
Kijk en daar zijn die musici nu weer jaloers op òns: je kunt niet de hele dag Mahler opzetten (neem ik aan), maar wel de hele dag een mooi schilderij in je kamer gedogen.
Een kunstwerk kan je zo veel doen dat je het koopt en daarna zoveel mogelijk in je optische nabijheid wilt hebben.

Je kunt niet de hele dag de opgenomen kindergeluiden van je 4 jarige kleindochter via je geluidsinstallatie aanhoren, maar je gedoogt wèl haar foto op je bureau.

Muziek is emotioneel misschien indringender. Daarom wèl muziek op een begrafenis… meestal geen schilderij. Hoewel, Fauré heeft toch een tiental maten nodig voordat de emoties van zijn Requiem optimaal worden geactiveerd en een recente afbeelding van de overleden oma met haar jongste kleinkind scoort sneller. Een beeld is immers duizend woorden waard. Muziek ontroert iets trager, misschien indringender en voorstellngsloos, op een abstract niveau. Beeld natuurlijk niet. Beeld is zeer concreet. Mondriaans Boogie Woogie is, althans binnen deze context, geen tranentrekker.

Als u nu dit weekend even ontsnapt aan uw eigen atelier en de ronde maakt langs uw 29 collega’s, betrap u er zichzelf dan eens op dat de psychologie van uw eigen kijken veelal tot slechts korte confrontaties aanleiding geeft. Confrontaties die vaker in seconden dan minuten uit te drukken zullen zijn.
U hoeft u zich daarvoor niet te generen (Hoewel na deze tekst niemand straks meer snel langs de werken zal durven lopen…. dat heb ik dan bereikt …….) Maar niet overal staan gemakkelijke zitgelegenheden om de kijktijd op te krikken. Klok eens die gemiddelde kijktijd bij een paar collega’s.

Bij mijn weten is nog nooit een van de 4000 Nederlandse werkeloze doctorandi kunstgeschiedenis op het idee gekomen om een proefschrift te wijden aan de relatie tussen kijktijd en de esthetische kwaliteit van het bekekene.

Hoe aardig zou dat zijn.

En nu komt de nieuwe tekst, afgedwongen door zeer recente ontwikkelingen. Houdt u vast !

Want….

Aan de kunsttheoretische faculteit van Leuven is onder leiding van professor Draulans een project gestart dat de relatie tussen kijktijd en esthetisch genoegen in kaart wil brengen. De EKTC (Esthetische KijkTijd Coëfficiënt) wordt een mondiale maatstaf voor picturaal esthetisch beleven.

Dit onderzoek behoeft een nul-meting. Een ijkpunt voor het wetenschappelijke kader. Een cluster van hooggeleerde estheten, gedragswetenschappers, kunstonderzoekers, optometristen en wat niet meer wenselijk is om dit tot een solide norm te maken is ingebracht. Een circuit van kunstpedagogen is gevraagd suggesties te doen voor gelegenheden waar dit kijkonderzoek geïnitieerd zou kunnen worden.
In al mijn onbevangenheid heb ik uw atelierroute daarvoor in april aangemeld.
Eind juni kreeg ik bericht dat Blaricum tot de longlist was doorgedrongen en ik werd best een beetje nerveus toen, vlak voor mijn vakantie bleek dat uw ook op de shortlist terecht was gekomen. Samen met een zandstrandbeeldhouwmanifestatie in Brazilië, een vernissage van de Picasso-expositie in het MoMa in New York (morgen) en een macramé-expositie in Binnen Mongolië.

Gisteren, terug van vakantie, bleek dat Blaricum de plek zou worden van het experiment.

Oei.

Als tovenaarsleerling bezag ik het onstuitbare proces dat ik teweeg had gebracht.

Terwijl u hier zit worden nu in het geheim op alle locaties kleine camera’s gemonteerd in één van uw kunstwerken. Ook voor u onzichtbaar. Die staan morgen en overmorgen aan. Mistery Guests, in de vorm van vier betrokken Leuvense promovendi lopen de exposities af als nul-meting voor de nul-meting. Met kan wetenschappelijk niet zorgvuldig genoeg zijn.

De resultaten van dit onderzoek zullen in November worden gepubliceerd in het gerenommeerde Journal for Looking. Uiteindelijk zal dit resulteren in de BS, de Blaricum Standaard, gekoppeld aan de EKTC, de Esthetische Kijk Tijd Coëfficiënt.

In de oude tekst had ik nu een passage over het taalloze karakter van beeldende kunst.
Hartstikke boeiend en goed voor tenminste 10 minuten extra. Maar de bitterballen mogen niet verkolen.
Ik sla dat allemaal over.

Ook had ik iets over uw kunstpedagogische missie op lokaal niveau willen zeggen, uw eigen leertraject, de kwaliteit van de picturale integriteit die uw werk onderscheid van kitsch. Allemaal niet.
Te veel.

Mona Lisa maakt bij mij weinig emoties los. Elk portret van Rembrandt of Bellini of Dumas doet mij meer. Subjectief begrijp ik het gedoe om dit kunstwerk nauwelijks. Gevaarlijke uitspraak van iemand die toch professioneel met kunst bezig is.
Iets mooi of niet mooi vinden mag altijd. Maar als het beeldende proces deugt is er ook sprake van picturale integriteit, uitdagend de grenzen van de eigen beeldende mogelijkheden opzoeken. Zonder dat resteert kitsch.
De kijktijd verschrompelt dan tot de paar seconden die nodig zijn om dat te constateren.

26 september zal in de kunstwereld nooit meer hetzelfde zijn: de verjaardag van de Blaricum-Standaard (BS), icoon voor het esthetisch beleven.
De Esthetische KijkTijd Coëfficiënt (EKTC) is een wetenschappelijke maatstaf voor picturale emoties. De BS haar ijkpunt.

Blaricummers, weet u bewust van uw missie en straks genereus met het afstaan van beeldrechten aan het Journal of Looking.

 

Mij was gevraagd de atelierroute 2014 te openen, hetgeen ik bij deze gedaan heb. 

 

Maarten Tamsma

 

 

 

 

gevaarlijke mist voor onze docentenopleidingen (2011)

over het rapport van de Commissie Dijkgraaf (2010) en het vervolg daarop

(Kunstzone november 2011)

 

“…….In juni 2010 heb ik deze nota gelezen, als belangstellende en door de wol geverfde outsider, gespinsd op beleidsadviezen inzake de KunstVakDocentenOpleidingen (KVDO’s in de rest van dit artikel). Ik kwam toen tot de conclusie dat de nota weinig interessants voor de docentenopleidingen bevatte. Er worden voornamelijk open deuren ingetrapt en specifieke eigenheden van deze sector over het hoofd gezien. Dus: “laat maar”.

Echter: gedateerd 4 april 2011, wijdde staatssecretaris Zijlstra, in het kader van een antwoord aan de kamer over de Bachelor/Master-problematiek van onze opleidingen, een dikke alinea aan de beleidsadviezen van de Commissie Dijkgraaf. ‘Hogescholen zullen zich (…) focussen op de conclusies die kunnen/moeten worden getrokken uit de toekomst gerichte analyse van de Commissie Dijkgraaf, de inhoudelijke vertaling daarvan in het sectorplan kunstonderwijs en de uitkomsten van de bestuurlijke en politieke discussie daarover ….

De ogen uitgewreven en de publicatie nog maar eens uit de kast gehaald. Weer gelezen. Met dezelfde conclusie.

Er staat ons nog wat te wachten als de staatssecretaris uit deze dunne passages verbetertrajecten wil destilleren voor onze docentenopleidingen… …”

Lees verdergevaarlijke mist voor onze docentenopleidingen

 

 

 

 

Zijlstraat 96

zijlstraat 96

 

De Orde van den Prince is een eerbiedwaardig Vlaams/Nederlands genootschap dat zich bezighoudt met de Nederlandse taal en cultuur. http://www.ovdp.net.

De Nieuwsbrief bevat publicaties van hoog niveau over historische en/of taalkundige zaken, soms in breder cultureel verband. Er is ook een digitale Nieuwsbrief  ( http://mailer.100hertz.com/link.php?M=217344&N=1084&L=1055&F=H ). Het genootschap organiseert Gewestelijke en Algemene Ledendagen.

Uiterst serieuze verhandelingen zoals bijvoorbeeld over ‘werkwoordelijke vervoegingen in het streekdialect in de tweede helft van de 14e eeuw in Zuidwest Twente’ staan voor de academische kwaliteit van de auteurs. Mijn respect en bewondering voor de verhandelingen lopen synchroon, maar iets van relativiteit der dingen drong zich toch aan mij op. Gevolg: een bericht over het enige echte epicentrum van het dilalectloze Nederlands (Haarlem, en meer specifiek Zijlstraat 96) en de onderzoek-systematiek van het Dialectisch Instituut Haarlem. Dit brengt op postcode tweejaarlijks de afwijkingen in kaart ten opzichte van de Haarlemse nulmeting. (PrincEnzine jaargang 8/nr 10, december 2013)

Zijlstraat 96